Les 1: Wat is intrinsieke waarde?·Module 1.3
De belangrijkste eerste vraag bij elk aandeel is: keert dit bedrijf een dividend uit, en zo ja, is dat stabiel en voorspelbaar? Dividend is het deel van de winst dat een bedrijf rechtstreeks uitbetaalt aan aandeelhouders, meestal een paar keer per jaar. Bij een volwassen, stabiele dividendbetaler, zoals een nutsbedrijf, een grote bank of een verzekeraar, is dat dividend de kasstroom die daadwerkelijk bij jou als aandeelhouder terechtkomt, en kun je een dividend discount model gebruiken: je verdisconteert dan simpelweg de toekomstige dividenduitkeringen. Les 3 werkt dit helemaal uit, met de formule stap voor stap uitgelegd en een volledig doorgerekend voorbeeld.
Bij een groeibedrijf dat alles herinvesteert en geen dividend uitkeert, zoals veel technologiebedrijven, werkt die methode niet: als je nul euro dividend contant maakt, krijg je altijd nul als uitkomst, ook al is het bedrijf overduidelijk iets waard omdat het winst maakt en groeit. Daarom reken je bij dat type bedrijf met de vrije kasstroom in plaats van het dividend: geld dat het bedrijf herinvesteert in nieuwe machines, meer personeel of overnames, blijft namelijk evengoed waarde opbouwen voor de aandeelhouder, ook al zie je het niet als uitkering op je rekening staan.
| Bedrijfstype | Voorbeeld | Aanbevolen methode |
|---|---|---|
| Stabiele dividendbetaler | Nutsbedrijf, grote bank | Dividend discount model (les 3), DCF als controle |
| Groeibedrijf zonder dividend | Softwarebedrijf in expansie | Uitsluitend DCF (les 2) |
| Twijfelgeval / gemengd | Volwassen bedrijf met klein dividend | DCF, met DDM als controle |
Onthoud simpelweg: de DCF-methode uit les 2 werkt voor elk type bedrijf, terwijl een dividend discount model alleen zinvol is bij bedrijven die daadwerkelijk consequent dividend uitkeren. Twijfel je welke methode je moet gebruiken, kies dan altijd de DCF: die kan nooit fout zijn door de simpele afwezigheid van dividend, en daar begint les 2 dan ook mee.
Een eerlijke waarschuwing vooraf: les 2 is de meest technische les van deze hele reeks, met begrippen als WACC en bèta die in het begin onwennig kunnen aanvoelen, ook al leggen we elk begrip stap voor stap uit. Wil je liever eerst met iets tastbaars beginnen voordat je aan die techniek begint, sla les 2 dan gerust voorlopig over en start met les 4 (waarderingsmultiples): die werkt met simpele delingen, geen discontovoet, en is in een kwartier onder de knie. Je kunt op elk moment terugkomen, in de volgorde die voor jou het prettigst leest.